• FRENK ONTDEKT EEN KUNSTWERK
  • FRENK DER NEDERLANDEN
  • 20 november 2006

  • INTEGRATIE BEGINT op de markt. Loop maar eens langs de kramen op Tussenmeer in Osdorp. Twee gesluierde moslima’s bestellen een pondje jong belegen bij Holland Kaascen- trum, een Turkse jongen rekent bij de Smulbus een frietje af. Men is beleefd, men dringt niet voor, men spreekt Nederlands. En voor de haringkraam van Karel en Ellen de Boer staan wel vijf verschil- lende nationaliteiten.
    Maar dan kijk ik naar de rollatorbrigades op het trottoir. De onvrede staat op hun gezichten ge- schreven. Zij bleven achter toen hun buren naar Almere en Purmerend verhuisden en zij hebben de omgeving razendsnel zien veranderen in een wereld die de hunne niet meer is. Dit zijn de men- sen die straks Geert Wilders stemmen, als ze al naar de stembus gaan natuurlijk.
    Vervuld van herfstige gedachten rijd ik langs de kramen en een bakker die Balkan Osdorp heet. Even verderop is de renovatie in volle gang. Com- plete huizenblokken zijn gesloopt. Ze hebben plaatsgemaakt voor nieuwbouw met namen als Calandtoren, Saffraanhof en Korianderhof. Over de Baden Powellweg rij ik richting De Aker. Op de kruising met de Pieter Calandlaan, pal naast de sloot, zijn twee mannen aan het lassen in een woud van roestvrijstalen pijpen. De vonken spatten ervan af. Het ziet eruit als kunst. Ik parkeer mijn auto bij Tuincentrum Osdorp – ‘Als ’t in november ’s morgens broeit, wis dat storm ’s avonds loeit!’ luidt het spreekwoord van de maand – en loop naar het object. Naast het gevaarte staat een maquette van het ontwerp. De twee mannen doen hun lasmaskers af. De één stelt zich voor als Frank van Rijn, eigenaar van een smederij in Hazerswoude-Rijndijk, de ander is Paul Vendel, kunstenaar. Met de nodige moeite klimt hij uit het beeld, zijn gezicht is zwart van het lassen. Naast het kunstwerk ligt een grote stapel staven, stuk voor stuk voorzien van reflectoren.
  • foto Caro Bonink

  • “Zesduizend zijn het er, maar ik kan er eentje naast zitten,” zegt Vendel grijnzend. “De reflectoren weerkaatsen s avonds de lampen van passerende auto’s en dat geeft een prachtig subtiel effect, alsof de staven besproeid zijn met druppeltjes licht.” Het kunstwerk wordt gemaakt in opdracht van stadsdeel Osdorp, dat de entree naar de nieuw- bouwwijk De Aker wilde markeren. De werktitel is Zwerm. Vendel (Haarlem, 1964): “Toen ik me in de geschiedenis van dit gebied verdiepte, kwam ik er- achter dat hier vroeger plantenkassen en boeren- bedrijven stonden. Dan ga je zitten denken, maar het ene idee na het andere sneuvelde. Te groot, te duur, te gevaarlijk, gewoon stom of vandalismege- voelig. Maar toen ik de muggen boven de sloot zag dansen, kreeg ik het idee voor dit ontwerp. Het voelde meteen goed. Ik had ook wel een bord met de tekst Verdonk is een takkewijf kunnen maken, maar het beeld staat er over zestig jaar nog en dan weet, hoop ik, niemand meer wie dat was.” Het proefmodel was vorig jaar al klaar, maar
    voor het kunstwerk, dat zeven meter hoog en vijf- tien meter breed wordt, waren vijftien vergunningen nodig. “Kafka, puur Kafka,” zegt Vendel. “Noem een vergunning en ik heb ’m. De wel- standscommissie, de plantsoenendienst, Bouw- en Woningtoezicht: iedereen wilde zijn zegje doen. Dan was er weer een bioloog die bang was dat de kikkers in de sloot verblind zouden worden. Moesten we uitleggen dat de reflectoren alleen het licht in de richting van de bron weerkaatsen. Met dat soort geneuzel waren we soms weken kwijt.”
    En dat terwijl Vendel toch wel wat gewend is. In 1991 kwam hij van de Rietveld Academie af en sindsdien werkt hij vooral in de openbare ruimte. Osdorp was nieuw voor hem. “Ik zou er zelf niet willen wonen, omdat ik niet van nieuwbouw hou, maar verder is het een interessant gebied, met prima architectuur en prima mensen.”
    Over een week of vijf is het kunstwerk af, mits het weer het toelaat, want bij regen en harde wind is lassen onmogelijk. De reacties zijn tot nog toe positief. “Sommige mensen vragen zich natuurlijk af wat het voor moet stellen, maar over het algemeen mag ik niet klagen.”
    Ik bedank de mannen voor de toelichting en steek de brug weer over. Een voorbijganger schudt zijn hoofd en zegt: “Is dat kunst of zo? Allemaal gekkigheid.”